
Ras en FUnctie
Natuurlijk raken wij niet uitgepraat over dit fantastische ras. Op deze pagina vind je meer informatie over de geschiedenis en gebruik van de Pyreneese berghond.
Klik hier voor de RASSTANDAARD
Geschiedenis van de Pyreneese berghond
In 1675 bezocht de jonge Lodewijk Le Dauphin samen met zijn gouvernante, Madame de Maintenon, de Franse Pyreneeën. Daar zagen ze indrukwekkende, grote honden met een dikke, voornamelijk witte vacht. Deze honden beschermden kuddes tegen wolven en beren. Ze waren zo onder de indruk dat ze er een meenamen naar het hof van Lodewijks vader, koning Lodewijk XIV, in Versailles.
Het ras werd al snel populair aan het hof en onder de adel. De Pyreneese berghond kreeg zelfs de titel “Koninklijke hond van Frankrijk”. En dat was nog maar het begin van zijn bekendheid. In 1850 had ook de Britse koningin Victoria een Pyreneese berghond. En in 1965 stal het ras de harten van velen door de tv-serie Belle en Sébastien, die later, in de jaren 2010 en 2020, opnieuw werd verfilmd voor de bioscoop.
Maar de geschiedenis van dit ras gaat veel verder terug. In de 14e eeuw beschreef Gaston Fébus, graaf van Foix, al een grote, langharige witte hond die kuddes beschermde. Waarschijnlijk stamt het ras af van waakhonden die kuddes beschermden in Klein-Azië, zo’n tienduizend jaar geleden.
Aangenomen wordt dat eeuwen geleden kuddebeschermende honden in de Pyreneeën rondliepen waaruit uiteindelijk drie rassen zijn ontstaan. In Spanje de Spaanse mastiff en de Pyreneese mastiff en in Frankrijk de Pyreneese berghond. Aanvankelijk simpelweg genoemd: Pyreneese hond – Chien des Pyrénées.
Pyreneese berghonden hebben bovendien bijgedragen aan het ontstaan van rassen zoals de Newfoundlander en de Leonberger.
In 1897 werd het ras opgenomen in het rashondenboek van graaf von Bylandt. En in 1923 werd, op initiatief van de heer Sénac-Lagrange, de eerste officiële rasstandaard vastgelegd bij de oprichting van de Réunion des Amateurs de Chiens Pyrénéens (RACP). Die rasstandaard is sindsdien nauwelijks veranderd – er zijn alleen wat details gewijzigd. De RACP bestaat ook nog steeds en is nog altijd de moedervereniging voor alle andere rasverenigingen voor de Pyreneese berghond. (En ook voor de Pyreneese herdershond.)



De Patou
Ooit werd hij gekroond tot Koninklijke hond van Frankrijk. Maar de echte eretitel voor dit ras is en blijft “Patou”, afgeleid van het Oudfranse woord pastre, dat “herder” betekent.
De Patou is een indrukwekkende verschijning: groot, wit, met een zachte, dromerige blik die we ook wel de “Pyreneese expressie” noemen. Al eeuwenlang wordt hij ingezet als beschermer van vee tegen roofdieren zoals wolven en beren – maar ook tegen zwerfhonden of dieven. Vroeger droeg hij daarbij een halsband met pinnen naar buiten, ter bescherming tegen bijtende aanvallers.
Wat de Patou zo bijzonder maakt, is zijn kalme uitstraling. Hij is waakzaam en zelfstandig, en valt niet zomaar aan. In plaats daarvan stelt hij zich tussen zijn kudde en het gevaar op, maakt kabaal en probeert met zijn indrukwekkende aanwezigheid de dreiging af te schrikken. Pas als er echt geen andere optie is, en het gevaar naderbij komt in plaats van verdwijnt, gebruikt hij zijn lichaam en zijn tanden om te beschermen wat hem dierbaar is.
Hoewel hij zachtaardig en rustig is – soms bijna lui – zit er een krachtig en moedig karakter in deze hond. Die omschakeling van knuffelbeer naar beschermer is indrukwekkend om te zien. Dankzij zijn intelligentie en gevoeligheid kan hij goed situaties inschatten en weet hij precies wat nodig is en ook wat niet nodig is. En dan is hij een zachtaardige charmeur.
Van kuddebeschermer naar gezinshond
Met het verdwijnen van roofdieren en zijn verspreiding over de wereld, is de Pyreneese berghond steeds vaker een echte gezinshond geworden. Fokkers zijn in sommige lijnen gaan selecteren op een iets milder karakter – passend bij het leven in een moderne maatschappij. Toch is de kern van zijn persoonlijkheid behouden gebleven: zelfs honden uit zogenaamde familielijnen kunnen nog prima ingezet worden voor hun oorspronkelijke taak.
Nu de wolf weer terugkeert in verschillende delen van Europa, wordt de Patou opnieuw op grotere schaal ingezet als kuddebeschermer – ook buiten Frankrijk.

Is de Pyreneese berghond iets voor jou?
“…zachtaardig gezag….”
De Pyreneese berghond is van nature terughoudend naar vreemden, maar zacht en loyaal naar zijn eigen gezin. Hij ontwikkelt een diepe band met zijn mensen. Tegelijk is hij eigenzinnig en koppig – een eigenschap waar liefhebbers van het ras juist dol op zijn, en mee om kunnen gaan.
Deze hond vraagt om een opvoeding met veel liefde, geduld en – niet onbelangrijk – humor. Hij is niet te trainen zoals veel andere rassen. Dwang werkt averechts en ondermijnt het vertrouwen. Verwacht dus geen blinde gehoorzaamheid. Een baas met zachtaardig gezag is wat hij nodig heeft om tot optimale wasdom te komen.
Commando’s lijken hem vreemd te zijn. De Pyreneese berghond leert vooral door lichaamstaal, emotie en de relatie die je met hem opbouwt. Als die goed zit, kun je hem prima opvoeden tot een hond die zich netjes gedraagt in gezin en maatschappij.
Zijn zelfstandigheid maakt hem uniek: hij is gefokt om zelf beslissingen te nemen en volledig toegewijd te zijn aan zijn taak. Daarom is het ook belangrijk om je pup te kopen bij een erkende fokker. Een fokker die graag kennis met je maakt en die kritisch kijkt naar de juiste match tussen hond en eigenaar. Een zorgvuldige stap richting een fijne, gezonde toekomst voor zowel hond als mens.
De Pyreneese berghond zal instinctief zijn omgeving willen ontdekken. Om met zo groot mogelijke zekerheid een Patou op eigen terrein te houden wordt een solide omheining aangeraden van 1,80 meter hoog waar niet onderdoor gegraven kan worden.








